New app: the Food Matrix!

I have noticed in my own experience as a food consumer (something I do every day!) that I tend to get lost in buying what’s right. That sentence can be split into two things;

–          I tend to get lost because there are too many factors to keep in mind. It took me a while, even as a scientist/journalist with an interest in this stuff, to conceptualize what these factors are, and how they confuse me – and I think a lot of people.

–          What’s ‘right’ is what causes the confusion. People hear a lot of science (and advertisements, but let’s keep them out of the equation) about what’s right, but how these things are right is often not mentioned. And perhaps your idea of what’s right or important differs from the next consumer.

I think ‘what’s right’ can be divided into three factors;

–          What’s healthy? (what’s good for your body?)

–          What’s sustainable? (what’s good for the earth?)

–          What’s fair trade? (what’s good for the producer?)

Consumers tend to get lost by thinking that fair trade is always sustainable, or that sustainable is always healthy. That’s too bad, because often it’s not true, and you might be kept from consuming in the way you think is right (everybody has their own agenda, after all).

So to help consumers getting it right, we make an app, called the Food Matrix.

Each product group is presented as follows;

Brand (e.g. peanut butter)

Healthy?

Sustainable?

Fair Trade?

Brand   A

Medium

Yes

No

Brand   B

Medium

No

Yes

Brand   B light

Yes

No

No

Brand   C

No

Yes

Yes

Etc.

 

 

 

 

You can take this app, walk through a store (or use it to make up your shopping list), and pick the products that fit your idea of ‘right’. You want peanut butter that’s sustainable and fair trade? Brand C has you name on it. Only focusing on health? Brand B light is your uncle.. You can even configure the app so as to put the brands with your preferred properties on top – or to add them to your digital shopping list right away.

Is this feasible? Do you have comments? I’d love to hear them!

Advertisement
Posted in Uncategorized | 4 Comments

Dutchies! Your BBQ is killing a forest 6500 miles away

Hoorah! The Dutch BBQ season is starting again. Everyone is looking forward to get the best deals on their shaslicks, chicken sate and pork chops. And best deals they will get! Go to your local Giant Supermarket and you’ll find them – the ones we (literally translated) call ‘kilo busters’. Lots of meat for little money.

But I bet you don’t care where the meat came from. And even if you do, in Holland you’ll get a strange answer: it all appears to have come from your own country. Which is nice, right? Local food? Sure, but with 1,2 million cows, over 12 million pigs and over 100 million chickens, one could wonder where there is room left to grow the food for those animals. It turns out, that’s coming from South America. Mostly from the Amazon area in Brazil, Paraguay and such.

You see, the Amazon is a really large and unique forest – and, since it’s right on the equator (where there is no winter), also one of the important lungs of the earth. But they’re cutting it down to grow soy beans that will be shipped to Holland to feed our animals. They are not growing ordinary soy though; they are planting GMO soy, that has been created to withstand certain aggressive herbicides (kind of like most of the corn in the US). So when they spray this herbicide, literally everything ‘plant’ will die, except for the soy. Pretty nifty, eh? Well, yes, until you start looking at the consequences. Treehugger shows a shocking movie of the consequences this plant poison has on the local community – the people that grow the feed for your BBQ. Check it out:

Now this is bad in itself, but it gets worse. If they would grow the soy, and we would consciously eat all the animals, that could be a choice. But they are growing the soy, and we are wasting quite a lot of our animals. Indeed, of every three animals we rear in the Netherlands, one gets thrown out. Why? Partly wrong labeling, partly production waste, partly bad planning, partly culling because of some infectious disease (you don’t really think that keeping tens of millions of animals in one of the most crowded countries on the planet don’t come with a health cost, right?). But mostly those causes can be brought back to laziness, or the lack of a real reason to improve the system. We don’t want to look bad with our friends so we buy lots of meat of every kind so everyone will get everything he wants. Supermarkets don’t accept the risk that food could make someone sick, so they print labels with insanely short-noticed expiration dates – and we listen to them, throwing food out way before it’s bad. And on and on.

The waste of animals means that one third of the soy is wasted too. That is, cutting down forest, spraying herbicide and transporting beans could be reduced by a third if only we would be less lazy! And as a bonus; keeping Amazonian forest on the patches of land we now use to grow soy for animals that end up in the bin – and not having to transport it – would result not only in less sickness for the local community, but also in an offset of CO2 emissions that comes close to 100% of our target! (Source: Waste by Tristram Stuart)

Now, if even McDonald’s is making an effort to stop needless deforestation, couldn’t you do the same? Think about it when you plan your next BBQ – the 5th of June, World Environment Day, is a perfect day to start turning things around: buy sustainable and save the forest, and everything in it!

Posted in Uncategorized | 1 Comment

De ultieme liberale samenleving

Dit stuk is in afwachting van de uitzending van Rondom10 over de gezondheidszorg (13-11).

Naast mijn meer filosofische relaas eindigend met gezondheidszorg (klik hier), nu ook een andere benadering. (Ik ga er voor dit verhaal overigens wel vanuit dat je mijn andere stuk gelezen hebt. )

Want stel dat we alle risico’s uit willen bannen, en allemaal zo lang mogelijk willen leven, no matter what. Dan krijg je inderdaad wat Rondom10 nu beschrijft; mensen gaan écht langer leven, en dat is dan kostentechnisch ineens een probleem. Logisch. Maar hoe gaan we dit oplossen, als we niets in willen boeten aan de lengte van leven? Want ondanks mijn hoopvolle filosofische relaas denk ik niet dat mensen kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit (we kopen tenslotte ook nog steeds kiloknallers).

Ik stel voor dat we niet gaan kiezen voor een socialistisch model, want dan vinden mensen me weer naïef en lui enzo. Dus het wordt ultiem liberaal; iedereen is verantwoordelijk voor zichzelf! Ik ga voor the sake of argument even van mezelf uit:

–          Ik rook niet

–          Ik gebruik geen drugs

–          Ik sport normaal: 3 keer per week

–          Ik eet weinig vet en suiker en veel eiwit. Gemiddeld groenten, weinig vlees, maar veel fruit en zuivel. Geen tot verwaarloosbare hoeveelheden snoep/chips.

–          Ik doe niet aan extreme sporten

–          Ik rij geen auto (maar zou het zo gaan doen)

–          Ik drink gemiddeld één avond per week meer dan waarmee ik zou mogen rijden

–          Ik vrij veilig of met de zekerheid van een SOA-vrij contact

–          Ik draag geen helm bij het fietsen

–          Ik ben niet knap, niet lelijk – ik heb geen bizarre lichaamsafwijkingen (behalve een hypermobiele duim, en dat kan op den duur misschien problemen opleveren).

–          Ik heb een gaskachel thuis

–          Ik vlieg bovengemiddeld vaak

–          Ik bel 200 minuten per maand.

–          Ik ben 1.98m lang en weeg 95 kilo.

Goed, dit is dus even een profiel van mijn leefstijl (niet compleet, maar you get the picture). Waar zou ik nu voor moeten gaan betalen? Welke gemaakte kosten door verzekeraars moeten door mij gedekt worden? Ik betaal namelijk nu al meer dan dat ik gebruik, en dat gaat dus alleen maar erger worden. Ik vind dat ik niet of minder (minder omdat genetica ook een rol speelt) hoef te betalen voor diabetes, huisverbouwingen voor bredere deuren, cosmetische ingrepen om psychologische redenen, auto-ongelukken, botbreuken, gevolgen van drugsgebruik, SOA-behandelingen, darmkanker (vleesconsumptie), en weet ik niet wat. Moet ik meebetalen aan leveraandoeningen? Oh ja! Misschien wel meer dan gemiddeld. Net als, telefoongerelateerde aandoeningen (wat is het laatste onderzoek aan hersentumoren? Wel gerelateerd? niet, wel, niet, wel, of toch weer niet momenteel?), vergiftigingen door schadelijke gassen in huis, sportblessures, lange-mensen-problemen (al zou een deurpostenfabrikant of architect daar meer aan bij moeten dragen..), etc. En ik denk gemiddeld aan fietsongelukken (ik draag geen helm, maar ik gok (hóóp! we zijn toch geen Amerikanen!) dat er heel weinig mensen zijn in Nederland die zich daarmee willen vertonen!), en iets beneden gemiddeld aan voedingsgerelateerde problemen. Dit is natuurlijk niet uitputtend of heel goed opgezet, maar ik denk dat je snapt waar ik heen wil.

Je verzekeringspremie zou afgesteld moeten worden op je leefstijl, maar nog wel een stukje extremer dan nu. Een deel van de kosten zou van mij dan uit ook uit belastingen gehaald mogen worden (net als nu dus). Wat is er handiger dan alcohol, frikandellen en sigaretten belasten met de kosten die het oplevert? Betutteling vinden mensen dat dan, maar het is ultiem liberaal (net als bij het vleesverhaal, weet je nog?); iedereen betaalt waar hij verantwoordelijk voor is. Misschien dat de lagere inkomens dan ook in gaan zien dat stoppen met roken en frituren beter is op de lange termijn – zowel voor hun lichaam als hun portemonnee. Prima als je een destructief leven gaat leiden, maar je bent wel financieel ervoor verantwoordelijk. Dat is pas vrijheid! Ik laat er geen biertje minder om staan, maar dat is mijn eigen keuze – ik laat om dat te bekostigen misschien wel een keer vaker de auto staan (als ik er een zou hebben).

Het probleem dat we nu in de gezondheidszorg hebben is dat oorzaak en gevolg te ver van elkaar verwijderd zijn; mensen hebben geen gevoel voor wat de gevolgen van hun daden zijn – en gaan daarom denken dat ze overal maar recht op hebben. Die twee zaken dichter bij elkaar brengen is op meerdere vlakken goed denk ik. Ik ben er namelijk helemaal klaar mee dingen te betalen voor mensen die fysiologisch boven hun stand leven.

Maar. Dit lost nog niet het probleem op van hogere kosten door een ouder wordende populatie. Een hogere pensioenleeftijd zou dit natuurlijk (deels) ondervangen, maar dat is te makkelijk. Ik ga weer filosoferen: wat als je een keus maakt, zo rond je 25e, over de levensloop die je voor je ziet. Ga je voor een intens maar korter leven, of wil je zo lang mogelijk op deze planeet rondlopen? Kies je het eerste, dan heb je een lage premie die alleen de basiskosten dekt (tandarts, huisarts, etc), maar niet de oncologen en andere specialisten die in het tweede pakket wel zitten. Mocht je die hulp toch behoeven, dan is een aanpassing van pakket mogelijk (met een veel hogere premie tot gevolg), of je zou een ‘one serving’  kunnen kopen – ofwel de kosten van één behandeling. Daarmee kies je effectief voor een langer of korter leven – heb je een goed gestel dan heb je mazzel (maar betaal je dus ook niet mee aan kosten die je niet maakt), en andersom pech. Uitzonderingen zijn er altijd geweest, en die ondervang je met geen enkel systeem.

Waarom deze keuze? Omdat ik liever 70 wordt met een rijk leven dan 110 met 30 jaar kwijlen in een rolstoel erbij – mensen zijn namelijk niet gebouwd om zo oud te worden. En daarom eindig ik dit verhaal met dezelfde zin als het filosofische stuk: “Let’s add more life to our years, instead of adding more years to our life”. Of een andere mooie: “Count your blessings, not your years.”

Posted in Ponderings | 1 Comment

De trade-off: het meest onderschatte stukje natuur.

Ik wil het eens hebben over een van de mooiste resultaten van evolutie: de trade-off. Het is niet te zien, maar toch overal om je heen: de relatie tussen optimale prestatie en minimale kosten. Neem DNA replicatie. Menselijk DNA vermenigvuldigt zichzelf met een snelheid die niet heel snel is, maar ook niet heel langzaam (ongeveer 50 nucleotiden per seconde). Er treden wel wat mutaties op, maar niet genoeg om meer dan een enkeling ziek te laten worden.

De perfecte trade-off dus: het repliceren duurt niet eindeloos om geen enkele fout toe te staan, maar laat precies zoveel fouten toe dat het grootste deel van de bevolking aan reproduceren toe komt (bij bacteriën, die veel korter leven, is de replicatiesnelheid dan ook veel hoger – en dus met meer fouten. Daarom evolueren die ook sneller). Dat we tegenwoordig zoveel kankers en andere ouderdomskwalen hebben, komt omdat de trade-off ontstaan is in een tijd dat we nog geen 80 werden.

Een andere mooie is de kies van olifanten. Die kies slijt af vanwege de structuur ervan in combinatie met het vele gemaal en gekauw. Dat is vervelend als je 300 jaar oud wilt worden, maar de kiezen van die dieren houden het nu lang genoeg uit om te reproduceren en soms een rol als grootmoeder te spelen, en daarna is het op en sterven ze. Als het niet toereikend was geweest voor de evolutionaire taak die olifanten moeten uitvoeren in hun leven was er een andere oplossing geëvolueerd. Maar zoals de kies nu is, is hij niet ‘perfect tegen hoge kosten’, maar ‘goed genoeg tegen minimale kosten’.

De trade-off heeft enorm veel inspiratie te bieden voor de mensheid, en toch wordt hij de laatste tijd grotendeels genegeerd in een gebied waar ik me aan erger: risicomijding.

Kort gezegd accepteren we tegenwoordig geen ongelukken meer. Het ‘goed genoeg’ voldoet niet meer, en we willen alles perfect afgeschermd hebben. Nooit meer risico! Wat een utopie. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat geen enkel risico helemaal af te wenden is, maar dat daarbij de kosten per gespaarde eenheid (mensenlevens bijvoorbeeld) enorm snel toenemen met de genomen maatregelen die die eenheden moeten beschermen.

Voorbeeld. Moeten we ons in blijven zetten om het al sterk gedaalde aantal alcohol-doden in het verkeer helemaal tot 0 te krijgen? Of kunnen we de stijgende kosten om dat – misschien – voor elkaar te krijgen niet beter ergens anders voor gebruiken? Meer nachttreinen ofzo? Want zullen er niet altijd een paar mensen zijn voor wie voorlichting en gezond verstand met betrekking tot autorijden eeuwig buiten bereik blijven?

Nog een voorbeeld. We fokken er lekker op los met zijn allen en wonen in een dichtbevolkt land. Dan is de kans op een epidemie met grote impact enorm – zeker wanneer je internationaal vliegverkeer en andere katalysatoren meeneemt. Maar dreigt er iets, zoals de Mexicaanse griep, dan eisen we meteen dat de regering miljoenen vaccins gaat inslaan. Want stel je voor dat er iemand sterft aan een ziekte! En zo gaat het met veel aandoeningen.

In plaats van dat we accepteren dat sterven een natuurlijke gang van zaken is, en dat er dus een trade-off is tussen de prijs die je betaald voor die extra paar jaar leven en de kwaliteit/productiviteit ervan, proberen we elke ‘onnatuurlijke’ doodsoorzaak zoals kanker, griep of MRSA uit te bannen zodat iedereen straks sterft aan ‘ouderdom’, whatever that may be.

Ik denk dat we eens een stapje terug moeten doen, de trade-off van onze wens moeten erkennen, en moeten gaan nadenken over al die miljarden die we uitgeven aan het afwenden van het onafwendbare. Misschien moeten we meer op dat optimum van de trade-off gaan zitten, en onze moeite beperken tot de gevallen waarin bijvoorbeeld dure genezing echt zin heeft, zoals kinderen en jonge mensen. En al die miljarden die overblijven gaan we gebruiken om de verpleegster wat meer tijd te geven om een praatje te maken met mevrouw Jansen, die geen familie meer heeft. Ofwel: “Let’s add more life to our years, instead of adding more years to our life”.

Posted in Ponderings | Leave a comment

Maak gehakt van het vleesdebat

Rondom 10 had gisteren een erg relevante discussie rondom onze vleesconsumptie. Zijn vleeseters de nieuwe aso’s? Kijk hier:

Ik denk niet dat het het doel van Rondom10 is om oeverloze discussies uit te zenden, maar met de opstelling van gisterenavond komen ze nooit tot een conclusie. Bij deze een korte uitleg.

De vraag of vleesconsumptie goed of slecht is of teruggeschroefd moet worden hangt niet af van dierenwelzijn. Waarom niet? Omdat het veel mensen inderdaad niet kan schelen of een dier lijdt, of dat we er teveel doodmaken. Daarnaast gok ik dat 90% van de Nederlanders geen idee heeft waar zijn eten precies vandaan komt en/of hoe het geproduceerd wordt en op zijn bord terecht komt, dus dat argument zal het overgrote deel van de consumenten uberhaupt niet raken.

Het argument van de vleeseter ‘ik wil kunnen kiezen’ is geen geldig argument, want het is geen rechtvaardige keuze; goedkoop vlees is niet duurzaam geproduceerd, en daardoor betaal je voor het vlees niet de werkelijke prijs – veel maatschappelijke kosten die voortkomen uit het produceren van dat vlees zijn niet meegerekend (bv. goedkoop voer maakt vlees minder duur, maar wordt wel tegen hoge CO2 uitstoot uit Brazilie gehaald). Zat het er wel in dan zou biologisch vlees waarschijnlijk goedkoper zijn. Een mogelijke oplossing van het vleesconsumptieprobleem is dus het meenemen van de werkelijke kosten in de prijs van bioindustrievlees. Economie doet dan de rest, want mensen gaan daardoor vanzelf minder vlees eten – en worden ook nog eens gezonder.

Soms komt ook de opmerking langs dat wij niet achteruit moeten gaan in welvaart om andere landen een goed voorbeeld te geven (als in: Chinezen moeten gewoon niet zoveel vlees gaan eten). Dat is een geldig argument als onze welvaart gedragen kan worden door het oppervlak van ons land, maar dat is niet zo. Tuurlijk, er wordt hier genoeg vlees gemaakt voor alle Nederlanders, maar het voer voor die dieren komt hier niet vandaan, dus het oppervlak is veel te klein. Alleen daarom zouden we dus al minder vlees moeten gaan eten; om onze planeetbelasting in lijn te brengen met onze geografische eigenschappen.

Goed, de vleesconsumptie moet dus naar beneden; en dan vooral vanwege onze karikaturale impact op de wereld. Dan zijn er drie partijen die daar iets aan kunnen doen. De consumenten, de producenten en de overheid.

De consumenten: ‘mensen kiezen zelf wel als ze een beter milieu willen’. Dit hangt samen met het eerste punt van deze blog en klopt dus ook niet. Consumenten zijn dom (we hebben het hier over mensen die elke maand de nieuwste Oil of Olaz kopen omdat er ‘DNA complex’ in zit!), en weten simpelweg niet wat ze kopen; waar t vandaan komt, wat voor leven dieren gehad hebben – laat staan de ecologische en economische footprint ervan. Consumenten zijn dus niet gekwalificeerd die keus te maken.

Producenten doen alleen iets als het winst oplevert. Als er dus ongekwalificeerde consumenten beslissen wat er gebeurt, doet de industrie ook het verkeerde. Dit is ze niet aan te rekenen, want zo werkt het nu eenmaal – en de producenten zijn daarom ook de makkelijkste groep in deze discussie; geef ze een reden om iets duurzamer te gaan doen (meer winst!) en ze doen het meteen. Geen gezeur, geen gemekker.

De overheid is dus de enige die hier iets aan kan doen. Zat die bij de discussie? Nee! En waarom niet? Stel je voor dat we een antwoord krijgen op deze discussie – dat blijkt dat de vaak obese mensen die massa’s vlees wegwerken inderdaad aso zijn. De overheid kan door middel van subsidies of wetgeving beslissen welk product in Nederland het meest verkocht wordt. Klinkt dit te communistisch en willen we echt alle beslissingen overlaten aan de Oh Oh Cherso kijkende consument? Prima, dan heffen we toch een belasting op vlees die gebruikt wordt om de schadelijke gevolgen van onze hoge consumptie te compenseren? Dan kan iedereen zelf kiezen wat voor vlees hij eet maar is hij ook zelf financieel verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn gedrag. Liberaler wordt het niet.. Klaar!

PSje; ik ben dus ‘tegen’ vegetarisme, want dat vind ik onnatuurlijk. Maar de hoeveelheden vlees die we nu naar binnen schuiven zijn ook onnatuurlijk. Het gaat weer eens om die gouwe ouwe, de middenweg. Ik at zelf ook 5-7 dagen per week vlees – zo ben ik opgegroeid – maar nu is dat nog 2-3 keer, en komt mijn vlees als het kan uit de buurt en is het op zijn minst biologisch. En ja, dat is dan even duur, maar als je kijkt naar het sterk afnemende percentage van ons inkomen dat wij over de afgelopen 50 jaar aan voedsel uitgeven mag je nog steeds niet klagen!

Posted in Uncategorized | 12 Comments

De laatste Wereldvoedseldag?

Het was 16 oktober de 29e Wereldvoedseldag, een dag die jaarlijks de aandacht tracht te vestigen op het voedselprobleem dat deze wereld beheerst. Het leek me wel een goed moment om het probleem eens op te lossen. Want wat als we dat echt zouden willen? Wat als we zouden doen wat we prediken te moeten doen? Wat als we ons egoïstische consumptiegedrag eens opzij zetten en doen wat goed is? Interessant vraagstuk, maar ik kan dus ondanks al mijn optimisme niet zeggen dat dit een realistisch artikel is, want ik weet helaas wel beter. Maar ik sta de FAO bij in de zoveelste poging deze wereld wat zinnigs bij te brengen, en hopelijk iemand met zijn neus op de feiten te drukken.

Ik heb dit verhaal eigenlijk voor een krant geschreven, maar die waren met andere zaken bezig. De Volkskrant vind de HIV besmetting van pornostudio’s in Hollywood belangrijker, het NRC kiest voor een staking in Frankrijk en het AD bericht liever over het niet-nieuws dat een of andere staatssecretaris een Zweeds paspoort heeft. Zet daar de miljard ondervoede mensen naast en je ziet meteen het prioriteitenprobleem van de media. Ik zet het daarom hier neer. Mijn eigen bijdrage aan Wereldvoedseldag.

***

Klimaatverandering als gevolg van CO2 uitstoot hoeft geen probleem te zijn. Het voeden van 9 miljard mensen ook niet, als we er straks in 2050 zoveel hebben. Toch horen we nog dagelijks over deze twee problemen, die meer aan elkaar verwant zijn dan we denken. Het goede nieuws is dat wij met een aanpassing van ons eetpatroon beide problemen af kunnen wenden. Het slechte nieuws is dat wij dat zelf moeten willen. En dat zou eigenlijk goed nieuws moeten zijn. In dit artikel worden beide problemen naast elkaar gelegd, en de manieren besproken waarop dit geen problémen zijn, maar kéuzes.

Dat er problemen zijn lijkt duidelijk. Maar hoe groot zijn de daaromheen geplande maatregelen nu eigenlijk? De politiek wil bijvoorbeeld dat Nederland in 2020 voor 20 procent duurzame energie gebruikt, en dat de uitstoot van schadelijke gassen 30% naar beneden gaat. Maar de eerder gemaakte Kyoto-afspraken, die stellen dat Nederland van 1997 tot 2012 6% minder uitstoot had moeten bereiken, gaan we bijlange na niet halen. Net als de millennium doelen overigens, die door de Verenigde Naties zijn opgesteld om enkele van de grootste wereldproblemen – zoals ondervoeding – op te lossen. Wat betreft voeding hebben we ook nog wel wat te veranderen. Er zal bijvoorbeeld, door gebrek aan actie nu, rond 2050 geen eetbare vis meer in de oceaan zijn als de consumptie ervan op het huidige niveau doorzet. Een vervelende ontwikkeling, want die vis heb je hard nodig als je tegen die tijd de verwachte 9 miljard mensen moet voeden.

Klimaatverandering.

Een veroorzaker van klimaatverandering is een hoog niveau van CO2 in de atmosfeer. Het niveau van CO2 wordt op twee manieren hoger: door extra uitstoot, en door afnemende opname. Er is namelijk een normale cyclus, waar grote hoeveelheden CO2 in rond gaan en steeds vastgelegd worden in planten en dieren en weer in de atmosfeer komen door brand en rotting. Dat is natuurlijk. Essentieel is te realiseren dat de daarbij vrijkomende CO2 relatief kort daarvoor vastgelegd is in bijvoorbeeld een bos, over het algemeen slechts enkele tientallen jaren eerder. Maar door het gebruik van miljóenen jaren oude fossiele brandstoffen (in de vorm van benzine, plastic, etc.) komen er enerzijds meer CO2 moleculen vrij dan dat er opgenomen worden. Aan de andere kant neemt de opname van CO2 af door de boskap. De balans is verstoord en het klimaat wordt warmer.

De opwarming heeft te maken met onze voedselconsumptie, want veel van de boskap in bijvoorbeeld Brazilië wordt gedaan om soja-plantages te maken. Die verbouwde soja wordt dan met grote schepen – die varen op fossiele brandstoffen – over de oceaan hier naartoe vervoerd, en aan onze varkens gevoerd. En wat doen wij? Wij gooien dertig procent van ons varkensvlees weg. Dat zijn dus hele bossen die gekapt worden, tankers vol met voedsel die over de oceaan varen, en dierenlevens verloren omdat wij ons stukje varkensvlees niet opeten of over de datum laten gaan. Die soja had ook door mensen gegeten kunnen worden die het nodig hebben, of het bos had kunnen blijven staan. Kleine gedachte: door bos te planten op de gebieden die nu gebruikt worden om soja te verbouwen voor varkens die verspild worden, kunnen we 50 tot 100% van de wereldwijde CO2 uitstoot compenseren.

Een betere manier van het kweken van varkens dan regenwouden kappen is ze ons voedselafval te voeren. Varkens zijn de perfecte vuilnisverwerkers, want ze eten alles wat wij liever niet eten: aardappelschillen, dopjes van bonen, broccolistammetjes, vetrandjes van vlees en botjes. Dit afval is vrijwel gratis, en wanneer het opgehaald wordt, gepasteuriseerd wordt bij 70 graden en gevoerd, is er geen enkel risico op ziektes. De EU heeft dit echter verboden sinds de uitbraak van mond- en klauwzeer, ook al is bekend dat pasteurisatie deze risico’s volledig wegneemt. Zouden wij ons eetbare afval aan varkens voeren, dan scheelt dat natuurlijk een hoop boskap, transportbrandstof, en dus CO2 uitstoot. Maar de VN gaan in een rapport uit 2009 zelfs zo ver om te zeggen dat het speciaal verbouwde voedsel dat op deze manier vrijkomt (omdat het niet meer aan varkens gevoerd hoeft te worden) genoeg is om de 3 miljard extra mensen in 2050 te voeden. Misschien wat optimistisch, maar al is het de helft dan is het al de moeite waard.

Varkens zijn niet het enige voorbeeld. De hoeveelheden verspild eten zijn absurd. In Nederland gaat het om miljarden euro’s; in bepaalde sectoren om tientallen procenten verspilling. Voor een deel wordt dat gebruikt voor andere doeleinden, maar het betekent altijd verspilling; voor composthopen gelden niet zulke hoge veiligheidseisen als voor consumentenvoeding, maar ze hebben ze soms wel. In het Verenigd Koninkrijk is de situatie nog iets erger met bijvoorbeeld een paar miljard boterhammen en honderden miljoenen appels die in de afvalbak verdwijnen, maar de VS spant de kroon met ongeveer 50% van al het voedsel verspild. Het totaal loopt in de miljoenen tonnen, verspreid over huishoudens en producenten.

KADER: Weggegooid eten komt nu vaak op de vuilnisbelt terecht, waar het ligt te rotten en nutteloze broeikasgassen uitstoot. Een beter oplossing, los van het voeren van varkens, zou zijn om dit eten te verzamelen, en zonder zuurstof (anaeroob) te laten verteren, samen met bijvoorbeeld onze uitwerpselen. Door de fermentatie ontstaat methaan dat afgevangen kan worden. De voordelen zijn drieledig: het methaan kan direct worden gezuiverd en worden gebruikt als kookgas, of verbrand worden om warmte of elektriciteit mee op te wekken, waardoor het als CO2 in de atmosfeer komt – een stuk minder schadelijk dan methaan. Tot slot is er door al deze opgewekte energie minder nood voor het verbranden van fossiele brandstoffen. De broeikasgassen die toch vrijkomen werken geen klimaatverandering in de hand, omdat ze recentelijk nog in planten en dieren hebben gezeten.

 Wat zouden we allemaal kunnen doen met al dat verspilde eten?

Elke dag zijn er in de Westerse wereld per persoon tussen de 3600 en 4000 kilocalorieën beschikbaar. Het deel boven de dagelijkse behoefte van 2000-2500 kcal dat niet in dik worden gaat zitten gooien wij dus weg. Tegelijkertijd zijn er 1 miljard ondervoede mensen op aarde. En tientallen miljoenen daarvan wonen binnen de grenzen van de EU. Ondervoed betekent overigens dat zij met 250 kilocalorieën per dag extra óók aan hun dagelijkse behoefte komen. De Westerse wereld bestaat uit ongeveer 900 miljoen mensen, die per persoon ongeveer 6 andere, ondervoede mensen een volledig dieet onthouden (1500 kcal teveel/250 kcal voor een goed dieet). Het is uiteindelijk zelfs zo extreem, dat wij al genoeg calorieën produceren voor 9 miljard mensen. En toch vragen we ons af hoe we dat in 2050 voor elkaar moeten krijgen! Er is dus geen voedselprobleem, er is een distributieprobleem.

Daar zit een economisch verhaal achter. Door de globalisering van de wereldeconomie, zijn ook de voedselmarkten globaal geworden. Wij kopen ons graan op dezelfde markt als de armere landen. Dat betekent dat als er een schaarste is, en de prijs stijgt, wij die prijs makkelijk kunnen betalen. De armere landen hebben die mogelijkheid niet, en dat zijn de eerste landen die afhaken, terwijl zij dat graan het hardst nodig hebben. Zo is ook de voedselcrisis van 2008 ontstaan.

 Maar lage prijzen zijn alleen goed als ze natuurlijk ontstaan. Maïs is een tragisch voorbeeld van hoe lage prijzen de balans tussen rijk en arm alleen maar verder vestoren. De VS subsidiëren sinds de Reagan regering overproductie van maïs, zodat de prijzen dalen en er enorme overschotten ontstaan. De industrie vind toepassingen voor deze overschotten, zoals high fructose corn syrup (HFCS, glucose-fructosestroop). Deze zoetstof, samen met andere op maïs gebaseerde additieven, zit nu in een enorme hoeveelheid producten, want door de subsidies is het heel goedkoop. De ongezondste producten krijgen zo de laagste prijzen, en gezond eten komt daardoor voor de armere gezinnen op het tweede plan. Internationaal is het gevolg van veel te goedkope maïs eveneens schrijnend; zelfs in minder ontwikkelde landen kunnen ze niet voor een lagere prijs dan de VS maïs verbouwen. De Mexicanen die in hun eigen land daardoor werkeloos werden, proberen de VS binnen te komen om een nieuwe toekomst te vinden. Maar dat vinden de VS dan natuurlijk weer géén goed idee.

KADER: De lage prijzen in de fast food industrie komen niet alleen door gesubsidieerde ingrediënten, maar ook door het uitbuiten van werknemers. Bedrijven zoals McDonald’s nemen graag minderjarige werknemers in dienst. Niet alleen omdat zij goedkoper zijn, maar ook omdat ze minder mondig en daardoor minder opstandig zijn. De werkzaamheden zijn zo simpel mogelijk gemaakt, zodat lonen laag kunnen blijven, en de werknemers weinig tot geen training nodig hebben. En dat maakt het natuurlijk weer makkelijker mensen te ontslaan en nieuwe aan te nemen.
Daarnaast betaal je voor ongezond en industrieel voedsel niet de ‘echte’, eerlijke prijs, omdat een deel van de eruit voortkomende maatschappelijke kosten niet in de productprijs zijn opgenomen: er is meer gezondheidszorg nodig vanwege obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes, je betaalt nu via belasting mee aan de subsidies die de lage prijzen in stand houden, en de gebruikte fossiele brandstoffen voor o.a. het transport zorgen via klimaatverandering voor meer kosten zoals dijkverhogingen.

Dezelfde kortzichtigheid met betrekking tot immigratie zie je in de visserij. De Europese vissers hebben de wateren rond ons continent inmiddels aardig uitgedund. Dus sluiten wij een goedkope deal met de overheden van Afrikaanse landen, om daar voor de kust te mogen vissen. De locale vissers, die misschien enkele tientallen kilo’s per dag uit het water halen, zien in de verte de grote Europese trawlers die in slechts één net wel tweehonderdduizend kilo uit het water trekken. En daar uiteraard de helft weer van dood overboord gooien, want daar krijgen ze geen prijs voor (die ze goed genoeg vinden). De lokale vissers vangen minder en minder, en moeten naar andere inkomsten gaan zoeken. Een deel wordt piraat, een ander deel probeert naar Europa te emigreren, waar ze geweigerd worden. Alleen de Senegalese vis is welkom, de mensen niet.

We blijven maar naar onze grote broer de Verenigde Staten kijken als voorbeeld, ook al glijdt dat land qua gezondheid langzaam de afgrond in. En bij dat voorbeeld hoort de absurde vleesconsumptie. Nederlanders horen nu eindelijk op televisie dat het goed is als ze wat minder vlees zouden eten. Een korte rondgang op internetfora leert dat men het hier weer eens belerend vind van de overheid, en ‘dat ik echt wel gewoon vlees blijf eten’. Een vreemde reactie, want de overheid vraagt ons immers niet daar helemaal mee te stoppen. Het is bizar dat een volwassen bevolking die inmiddels voor 50% procent te dik en dus gewoon ziek is, zich actief blijft verzetten tegen een gezondere leefstijl. Blijkbaar hebben mensen ook iets tegen leren van gemaakte fouten – we hadden überhaupt nooit zoveel vlees moeten gaan eten. Íets minder vlees dus. Het vreemde is dat de Nederlandse overheid, naast spotjes over minder vlees en ondanks de slechte stand van de vispopulaties, het vis eten propageert vanwege de omega 3 en 6 vetzuren. Los van de discutabele gezonde eigenschappen, kunnen deze vetzuren namelijk ook uit plankton gehaald worden – daar haalt de vis het tenslotte ook uit. Een stuk duurzamer!

KADER: Er zijn meer momenten in de geschiedenis geweest waarop overheden grote invloed hebben uitgeoefend op het eetpatroon van hun bevolking. Een klassiek voorbeeld zijn de acties van de Amerikaanse overheid in de Tweede Wereldoorlog (1943), toen bleek dat door de hoeveelheid naar het front verscheepte rundvlees de eiwitcomponent in het Amerikaanse dieet in gevaar kwam. Een mogelijke oplossing was het eten van orgaanvlees, dat wel volop beschikbaar was, maar de gemiddelde Amerikaan haalde daar zijn neus voor op. De overheid reageerde door een commissie aan te stellen die ruim 200 onderzoeken is gestart, met als doel uit te vinden wat bepaalt wat mensen eten. De uitkomst was een combinatie tussen het wegnemen van barrières (“ik weet niet hoe ik het klaar kan maken”) en het bieden van positieve beelden (“echte vaderlanders eten orgaanvlees om de troepen te steunen”). Ondanks de relatief korte resterende duur van de oorlog, wisten ze orgaanvlees tot een integraal deel van het dieet te maken. Dit soort methoden kan elke overheid nu ook nog gebruiken om gezond eten of alternatieve eiwitbronnen  te promoten, maar het principe van het weghalen van barrières – essentieel voor succes – wordt vaak over het hoofd gezien.

Een ander, misschien belangrijker gevoel op de internetfora is dat het niet duidelijk is waarom minder vlees eten de wereld zou gaan helpen; vlees wordt minder geproduceerd, dus zou het volgens de middelbare school economieles duurder moeten worden: nog slechter voor de arme landen. Helaas ziet die gedachtegang een paar dingen over het hoofd. Vlees wordt gemaakt met soja, maar ook andere granen uit overwegend arme landen. Minder vleesconsumptie hier, betekent dus meer en goedkoper graan beschikbaar voor de mensen die het nodig hebben. Ook is de omzetting van graan naar vlees zo inefficiënt (van 2 kilo graan voor 1 kilo vlees bij kip tot 25 kilo graan voor 1 kilo rund) dat er van het overgebleven graan veel meer mensen gevoed kunnen worden dan met het vlees. Het scheelt ook nog eens miljoenen liters water. Als we 25% van de wereldwijde voedselproductie verspillen – en dat is vooral door de vleesconsumptie en -verspilling een realistisch getal – en we besluiten dat niet meer te doen, scheelt dat 675 triljoen liter water. Dat is in principe genoeg om die 9 miljard mensen elke dag 200 liter water te laten gebruiken.

 Los van de directe voedselwinsten, zorgt vleesproductie voor een enorme CO2 uitstoot, en koeien ook nog eens voor heel veel methaan, een broeikasgas dat 23 keer sterker is dan CO2. Los van de klimaatwinst die nu al te halen is, is het ook verstandig eens vooruit te kijken: wat zou er gebeuren als alle opkomende landen – met een gezamenlijke bevolking van drie keer de huidige Westerse wereld – ons eetpatroon gaan overnemen? Het systeem staat nu al op springen, dus een positieve ontwikkeling kan dat niet zijn. Wij zullen dus een voorbeeld moeten geven, als we niet willen eindigen met scheve gezichten in China, of oorlogen om water en voedsel.

Positief

We kunnen onze impact op het klimaat en het voedselprobleem dus al neutraliseren door onze verspilling in te dammen en minder vlees te eten. Wat zijn de andere winsten die we kunnen behalen? De visserij kan gered worden door beschermde gebieden in te stellen, waar niet gevist mag worden. Vergelijkbare acties in de Bahama’s hebben laten zien dat dit soort gebieden een enorme positieve impact hebben op de omliggende zeeën, zodat er duurzaam gevist kan worden. Onderzoek wijst zelfs uit dat als 20% van de oceanen verboden gebied wordt voor vissers, de visstanden zich kunnen herstellen en er enorme hoeveelheden vis gevangen kunnen blijven worden. De kosten van het onderhouden van dit soort reservaten zijn geraamd op 12.7 miljard Euro. Een hoop geld, maar nog altijd minder dan de 27.75 miljard die nu wereldwijd als subsidie wordt uitgedeeld aan de verwoestende visserij.

We zouden de kloof met ons voedsel kunnen dichten, door ons voedsel lokaal te kopen, en rekening te houden met seizoenen. Voedsel is namelijk in principe een gratis product; met regen en zonlicht zijn in Nederland al heel veel gewassen en dieren gewoon te krijgen. Dus waarom al die fossiele brandstoffen verspillen door asperges uit Peru in te vliegen, of ‘Hollandse’ nieuwe uit Denemarken? Hollandse garnalen worden in Franse wateren gevangen, in Nederland aan land gebracht, naar Marokko gevlogen om gepeld te worden en dan weer terug. We rijden vrachtwagens vol mest naar velden met graan, en het graan brengen we weer naar de kippen – en als dat internationaal is vaak nog gesubsidieerd ook. Dat is toch niet nodig? Er zijn heel goed werkende boerderijen die rotatiesystemen hebben met gras, koeien en kippen, die per hectare enorme opbrengsten hebben. En dat met een fractie van de fossiele brandstoffen als die nu gebruikt worden. Het enige dat nodig is, is een filosofie die ziet dat het eigenlijk veel beter is om een systeem aan te nemen dat de natuur gebruikt, in plaats van tegenwerkt. Gezondheid is in de natuur namelijk de normale situatie, niet een vaccinatie of antibioticashot. In een ecosysteemimiterende boerderij zijn de opbrengsten ongeveer net zo hoog – zij het meer divers – maar er zijn veel minder aangevoerde grondstoffen, antibiotica en fossiele brandstoffen voor nodig.

KADER: Het rekbare begrip ‘biologisch’. Consumenten voelen zich vaak al stukken beter als ze alles van een biologisch merk kopen. Maar ook de regels rondom ‘biologisch’ zijn, net zoals bij industrieel voedsel, zo opgesteld dat er alleen winst gemaakt kan worden als de situatie zo ver mogelijk opgerekt wordt zonder de regels te overtreden. Als de regels rondom biologisch geteeld vlees bijvoorbeeld stellen dat een kip een vierkante meter nodig heeft, dan zal een biologische boer ook geen centimeter meer geven – dat brengt zijn winst en dus voortbestaan in gevaar. Dit maakt de grote biologische merken meer een afgezwakte vorm van industrieel voedsel, dan een echt duurzaam alternatief ervoor. Uiteraard is biologisch voedsel wel wát duurzamer dan industrieel eten, maar met de huidige regels zijn we er nog lang niet. Een biologisch geteelde tomaat uit Spanje is nog steeds helemaal hier naartoe gereden, en dat realiseren veel mensen zich niet. Écht biologisch, écht duurzaam voedsel komt uit de buurt, en uit het seizoen. Maar het moet ook gezegd worden: elke stap in die richting is er een.

Het voedselprobleem, zoveel mag nu wel duidelijk zijn, is een virtueel, gecreëerd probleem. We produceren nu al genoeg voor veel meer dan 9 miljard mensen, en we hebben de potentie om een groot deel, zo niet alle, uitstoot van broeikasgassen te compenseren. En los van de oplossingen waar we bijna over struikelen, zijn er nog de potentiële bijdragen vanuit hoeken als de biotechnologie en efficiëntere productie.
We hebben het heel goed in Nederland, en kunnen deels het lot van de wereld in de komende honderd jaar bepalen. En in plaats van de vingers naar elkaar te wijzen of te roepen dat we een te kleine druppel op de gloeiende plaat zijn, kunnen we ook besluiten als land of als klant een voorbeeld te geven. Met elk product dat er langs de scanner gaat brengen we een stem uit op een bepaald voedselsysteem. De politiek kan dan echt niet achter blijven. Als we zelf bewuster omgaan met eten en onze gezondheid, is er voor de overheid ook geen reden om belerend te zijn.

Bronnen:

Waste – Tristram Stuart
Fresh – Susanne Freidberg
Omnivore’s Dilemma – Michael Pollan
De grote boodschap – Rose George
Fast Food Nation – Eric Schlosser
Marketing Nutrition – Brian Wansink
The end of the Line – documentaire
Food Inc. – documentaire
King Corn – documentaire
Enric Sala – glimpses of a pristine ocean (TED talk)

Posted in Ponderings | 2 Comments

Smoking ban(-ter)

I was never pissed so quickly by a new government coalition: it took them a mere 2 days to get on my nerves. The reason? They are lifting the smoking ban that was installed just two years ago and is actually supported by a majority of the Dutch population.

Why? Is smoking healthy now? Is the thing we care about asthma patients starting to look like fuck-all? Is there some megastrong lobby of addicted people I don’t know about? Cause then I would really like to know if they can do something about the price of caffeine.

Why do smokers have this halo of invincibility anyway? Are they any better than alcoholics? Meth heads? Cocaine addicts? Behaviourally, yes. But in terms of deteriorating the health of other people, I’d rather be in a bar full of Jeltsins.

The weird part is, in the same newspaper (Haarlems Dagblad – oldest newspaper in the world, yeah!) the government says it realizes that a healthier lifestyle would save a billion a year in healthcare costs. So, you know, why don’t we all celebrate that fact by coating our lungs with asphalt?

Seriously, though. I am all for liberty and do whatever the fuck you want and stuff, but someone’s freedom stops where another person’s freedom starts. And with smoking, that line is really thin and quite close. It’s cool that coalitions pick their battles and try to win the sympathy of the public (I think they’re brave for even trying after wasting 6 to 7% of their term yabbling), but when something is so obviously unhealthy, why pick this one?

Why not remove the speed limits instead? Cause if the government is really all for other people trying to kill me, I’d rather have it making them do it quickly.

Posted in Ponderings | 1 Comment

Nee, wíj hebben het beste voor met onze kleine

Ik heb een theorie over wanneer het mis is gegaan in deze wereld. En daar is een hele simpele formule voor:

Impact die een persoon op de wereld heeft < kennis van zijn impact op de wereld = niks aan de hand.

Impact die een persoon op de wereld heeft > kennis van zijn impact op de wereld = slecht nieuws.

Vroeger had iedereen een goed beeld van zijn ecologische footprint; je ving een buffel, plukte een bes, scheet in de buurt, en als je dat allemaal netjes deed, kon je het volgend jaar weer doen. Je trok geen olie uit de grond, dus je bracht geen nieuwe, extra CO2 in de wereld. Je ving wat je nodig had, wanneer je het nodig had, en gebruikte alles lokaal. Erg slow-food en organisch allemaal.

Maar het is mis gegaan op het moment dat we die kringlopen groter en groter gingen maken – en de kennis van mensen over die kringlopen gelijk bleef. We rijden in auto’s die extra CO2 in de lucht brengen, en eten voedsel dat over grote afstanden – wederom extra CO2 – hiernaartoe gebracht is. Dat beseffen de wetenschappers inmiddels. De inwoners van de Westerse wereld rijden echter nog steeds met de auto naar de sportschool (hoe krom is dat?!) om op een extra CO2-uitstotend apparaat te gaan staan bewegen, en gooien nog steeds tientallen procenten van dat vervoerde voedsel weg. Wat van ver komt is blijkbaar niet lekker.

Gelukkig komen steeds meer overheden en dus mensen hierachter, en groeien de organische landbouw en de local food movement bijvoorbeeld weer. Het is helaas slechts het topje van de ijsberg. Stel je even de gemiddelde YUP voor op sinterklaasavond. Hij/zij is al weinig thuis vanwege het vele werken, en de kids moeten toch ergens hun liefde vandaan halen. Extra grote zak kado’s dus. Vaak voor kinderen die nog geen idee hebben wie sinterklaas is of waarom ze kado’s krijgen. Maar net als een vroeg suikerrijk dieet heeft dit gevolgen voor de behoeftes later in het leven – ze worden verwend en willen meer, en gaan daar op een gegeven moment kapot aan.

Dit alles is nog een opvoedkundige kwestie, tot de bestuursbare auto – een van de kado’s – erbij wordt gepakt, die twee rondjes heeft gereden en nu aan de kant is gezet door Junior. (Die wil namelijk de volgende 5 minuten graag aan een bewegende Elmo knuffel besteden.) De onderdelen van die auto zijn gemaakt van plastic, uit aardolie. De motor zit vol met vieze metalen en chemicaliën. Die onderdelen worden vervaardigd door groepen Chinezen, en die schroeven hem ook nog in elkaar voor je. Dan wordt ie op een schip gezet, en helemaal hier naartoe gebracht. Een vrachtwagen rijdt hem naar de winkel. YUP koopt hem, geeft hem aan junior, en na een dag ligt ie in de vuilnisbak – met de Elmo pop gebeurt exact hetzelfde. Maar dit gedrag houdt helaas niet op als het geloof in Sinterklaas wel aan de wilgen wordt gehangen.

De aandachtsspanne van de hedendaagse Nederlander is te kort om te bevatten wat voor impact hij op de wereld heeft. Ik stel dus voor dat iedereen ofwel moet leren wat er gebeurt als hij/zij iets koopt wat ie niet nodig heeft, óf de toegang tot dat soort producten moet ontzegd worden. Liever het eerste natuurlijk, maar wie gaat dat nog doen? Junior staat namelijk weer een keer lachend op de foto, en dat is toch meer waard dan de gezondheid en leefomgeving van Junior over 50 jaar..?

Posted in Ponderings | 2 Comments

The ones close enough to see it are too blinded to see

(still thinking about this one..)

A while ago I had the privilege to join the crew of a research vessel on their quest to count fish. This sounds more badass than it actually was, but what we did was three weeks of catching fish eggs and fish, to get the data for a model that would then estimate the amount of catchable fish in a part of the European waters – so as to determine proper fishing quota. Our part of the waters was the Bay of Biscay, between the UK, France and Spain. So much for the technical stuff.

On a daily basis, we would catch fish eggs with a plankton net. Not very weird or exciting. But every few days, and five times in total, we would actually haul a net full of real fish out of the waters. Our job was to watch the tons of fish go by on a conveyor belt, and pick out the ones relevant for the research. Being a cityboy who, at the age of 11, decided that eating fish was bad, I never saw quite so much fish – let alone touched and handled them.

The first batch of fish lasted for about an hour. An hour-long parade of twitching fish in an increasingly farther state of dying. Some of them we had to take out, but I think that about 90% of that went straight overboard. Dead, that is. For me, it was quite disturbing to see this. So much life, caught in the net in a matter of minutes, desperately gasping for water when they passed by. Some of the larger predatory fish had taken the opportunity to get a Last Supper by eating a smaller fish, but it wouldn’t matter. None of them actually managed to swallow it in time.

Reluctantly I did my job that first batch – if I didn’t, it would definately have been a waste. I kept myself in the clear by thinking that this was an investment: we kill a few tons of fish in order to create a reliable value that will determine the amount of fish caught in the coming years. Mind you; there are fishing vessels out there who catch two-hundred tons of fish,and most of the time half of that will return to the sea as dead as a doornail. So our 5 or 10 tons over the course of three weeks would not count to anything anyways.

When I got over my initial shock of this parade of death, I got my next surprise by realizing how fast I adapted to this. During the last of five batches I was as chatty as the rest of the researchers, and I certainly didn’t mind joking around with some of the fish either. I became one of them, one of the fishermen. This was realization 1.

Realization 2 came on the bridge of the ship, where I was watching the sonar during a fishing haul. There is a sonar that shows how much fish (at least) is swimming into the net. There’s no telling what species it is, but an estimation of the tonnage is possible. When I suggested to the captain that we had quite enough now (multiple tons for only the few hundred pounds that we needed), he replied to me with “Ah come on, a few more minutes.. this is fun!”

I respect the fact that he enjoys his job – that’s good! But if every fisherman out there has the same philosphy, I can be anything but surprised when I see the appalling state of most of the commercial fish stocks. Especially if, like I noticed after a few weeks, the life of the animals you see coming on board mean less and less to you.

These are the people who are forced to see both this decline in fish stocks and the beauty of marine life every single day, and they become blind to it and their influence on it. I can’t blame them for what happens – it took me some effort to realize this as well. But fortunately there are politicians right, the people who limit the catches and make sure that we still have fish in 50 years?

Right. As soon as an advice for the quota is received by the politicians (and the science behind that advice stops), the number increases and increases. Lobbying by the fishing industry, other EU members, all kinds of parties try to make a nice bit of short-term cash without looking ahead. For example, at some point scientists said that just to keep the blue-fin tuna from going extinct, 15 tons of catch should be allowed. The EU then decided, without a better reason than science came up with, on 30 tons. Actual catch? 60. Four times the recommendation by people who knew what they’re saying.

Fishermen can’t be blamed for this – they have to make a living, and they are controlled by way to few governmental people and by the structure of the EU fishing regulations that actually encourage spillage and illegal catches. Politicians clearly have no intention to do what’s right, so the only group that can influence this, is you. Stop eating tuna, stop eating carnivorous farmed fish like salmon, and check where your marine products are coming from.

It’s not too late; you just have to want it.

Posted in Ponderings | 2 Comments

Nee heb je, IKEA kun je krijgen.

Mensen zijn geëvolueerd. Je zou het soms niet zeggen, maar het is echt zo. Voor ik mijn echte punt ga maken, wil ik nog even ageren tegen al die nitwits die zeggen dat de mens het ‘toppunt’ van de evolutie is. Elk dier, elke plant, elk godvergeten organisme op deze planeet heeft exact even lang geëvolueerd. Wij dus niet meer dan wat dan ook. En dan nog, zijn we dan het best in alles? Tsja, we kunnen goed nadenken en dat heeft erin geresulteerd dat we extreem goed zijn in het naar de klote helpen van deze wereld, maar om dat nou een toppunt te noemen…mwah. Kunnen we het verst springen, het hardst rennen, het beste zien? Zijn we het grootst, het efficiëntst, het gezondst? Nee, nee, nee, nee, nee en nog eens nee. Zo. Dat hebben we dan ook weer de wereld uit geholpen.

Goed, terug naar de evolutie. Wat me altijd opvalt aan biologie en economie, zijn de vele parallellen tussen de twee gebieden. Organismen evolueren en passen zich aan de veranderende omgeving aan. Bedrijven doen exact hetzelfde, en in beide gevallen is er de Survival of The Fittest. Het grappige is dat mensen zijn begonnen met het aanpassen van de omgeving aan zichzelf, om zo hun kansen te vergroten. We konden de omgeving ongeschikt maken voor eventuele concurrenten, en die omgeving gebruiken om andere soorten te beheersen en eventueel de kop in te drukken. Met die tactiek kwam de schadelijke impact op de aarde. Welk economisch verschijnsel lijkt daar toch op..? Multinationals, bingo! De bedrijven die zo succesvol geworden zijn dat ze zelf invloed uit kunnen oefenen op hun omgeving. Door lobbyen kunnen ze de markt naar hun hand zetten, prijzen beïnvloeden, het milieu ongestraft naar de mallemoer helpen en via druk op de reguleringen de kansen voor opkomende concurrenten minimaliseren. Treffend.

Het geval is dat we bij zowel ongerepte natuur als ongerepte economieën grof geld over hebben er een kijkje te nemen. We gaan graag naar natuurgebieden waar die ene bijzondere soort nog net een laatste strohalm te pakken heeft. Tegelijkertijd spenderen we ons geld liever bij antieke kruideniertjes dan bij IKEA. Maar waarom, wáárom is er dan niemand die dat dan ook werkelijk doet? We hebben de keus om niet overspoeld te worden door McDonald’s, Albert Heijn en IKEA, en de keus om die ene diersoort in leven te houden. Wat moet er in de hoofden van mensen gebeuren om dat nou eens in te zien?

Posted in Ponderings | 1 Comment